zaterdag 1 augustus 2015

De zin en onzin van spelling en dt regels

Iedereen heeft er ooit wel eens tegen gezondigd: de dt-regel. Een redelijk simpel spellingregeltje dat is gebaseerd op het principe dat men de letter t invoegt na de stam van een werkwoord in de tweede en derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd (taalpuristen verbeter me).

Ik beken! af en toe zondig ik tegen deze en andere regels. Simpelweg omdat ik in bepaalde omstandigheden er geen aandacht aan besteed (dit is al een moeilijke - want het onderwerp van deze bijzin ben ik, en dan hoef je die t er weer niet aan toe te voegen). Je schrijft een snelle e-mail een informeel tekstje of een korte Facebookpost en plots lijken simpele spelling- en grammaticaregels niet meer zo heel belangrijk. En... voor je het weet, heb je het zitten.
Als ik een professioneel document schrijf zal je me er nauwelijks op betrappen omdat ik er dan gewoon extra aandacht aan besteed.
De vraag die in me opkomt is dan vooral, is de dt regel ingevoerd om mensen te dwingen om op hun spelling te letten en dus om aan te tonen dat detaillistische mensen intellectueel superieur zijn?

Veelal wordt het maken van een dt fout (in welke context dan ook) aanzien als een intellectuele blunder, want je maakt een fout tegen een ogenschijnlijk bijzonder simpel regeltje (dat met wat aandacht makkelijk te vermijden is). Is dat dan zo? Eigenlijk is het invoeren van die t soms gewoon heel bizar (vraag dat maar aan onze Engels- of Franstalige medemens) en voelt het gewoon tegennatuurlijk aan. Als je spreekt zit je in een natuurlijke flow en hoor je die eind-t gewoon niet, als je het opschrijft zegt de regel dat je de t moet toevoegen daar waar je in je spreekmodus die t er gewoon niet bij hoort. (Misschien kan iemand dit staven met psychologisch onderzoek - iemand? - anders stap ik morgen naar het FWO om een beurs aan te vragen)

Iets wat me vooral stoort aan zogenaamde spellingpuristen is het feit dat de taalfout an sich bovengesteld wordt aan taalkundige spitsvondigheid en inhoudelijke kracht van een schrijfsel.
 -Een anekdote -
Voor de begrafenis van mijn grootmoeder had ik een tekst/redevoering geschreven waarin ik mijn herinnering aan haar op een hele mooie manier tot leven wou brengen voor de toehoorders. Het was een tekst waarin ik alle redenaarstrucjes die in m'n klassiek geschoolde trukendoos zaten bovenhaalde (tricolons, retorische vragen, beginnen met een peroratio, gans de reutemeteut). Ik heb de tekst snel geschreven de avond voor de begrafenis en ik lette vooral op die retorische opbouw (omdat net dat heel belangrijk was voor de kracht van de tekst die zou voorgelezen worden). Nadat ik een naar mijn mening heel mooie tekst had doorgestuurd naar m'n nonkel (hij was verantwoordelijk voor het begrafenisboekje en een in Sint-Niklaas zeer gekend en heel goed onderwijzer op rust) kreeg ik een e-mail terug.

Dag Bart,

Er staat een taalfout in je tekst, er staat een spatie tussen verder en leven en dat is niet correct.

Deze anekdote toont - mijns inziens -  aan dat het overdreven letten op taalfouten getuigt van een soort intellectuele luiheid omdat je focust op details en het bredere plaatje gewoon vergeet. Bovendien kan je als redacteur (met zin voor detail) gemakkelijk die fout verbeteren zonder daarbij de auteur van de tekst een slecht gevoel te geven.

Om aan te tonen hoe belangrijk vorm, syntaxis en grammatica (in tegenstelling tot spelling) wel niet zijn onderstaande filmpjes als afsluiter.




Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen